De kunst van het stilstaan

De kunst van stilstaan: waarom we vaak te hard werken voor iets wat niet buiten ons ligt

Af en toe kom ik tot stilstand. Eigenlijk doe ik dat te weinig. Pas als ik écht stop, voel ik hoe het met mij gaat—fysiek, emotioneel, mentaal. Die stilstand is zo nodig. Het brengt rust, ruimte en nieuwe inzichten. Ik word er gelukkig van: een wandeling in de natuur, even mijmeren op de bank, gewoon even niks.

Toch merk ik hoe moeilijk het is om die ruimte te pakken. Er is altijd een stem die zegt: je moet eerst iets nuttigs doen voordat je mag ontspannen. Die stem ken ik goed. Eerst opruimen, dan spelen. Eerst presteren, dan genieten. Het is een patroon dat diepgeworteld zit.

Als systemisch werker kijk ik dan naar mijn geschiedenis. Hoe deed mijn moeder dat? Mijn oma? Mijn overgrootmoeder? Het patroon wordt al generaties doorgegeven: altijd bezig, altijd zorgen, altijd nuttig willen zijn. Maar waar gaat dit écht over?

Onder dat harde werken schuilt een diepere laag. De behoefte aan erkenning. De hoop op liefde. Als kind wilde ik zo graag horen: Wat doe je dat goed! Dus hielp ik, zorgde ik, deed ik mijn best. Maar vaak was de reactie: Dit had beter gekund. En zo leerde ik dat ik altijd nóg harder moest werken om gezien te worden.

Totdat ik besefte: sommige verlangens vervul je niet door harder te werken, maar door jezelf te geven wat je nodig hebt.

En dat begint met stilstaan.

Volgende
Volgende

Wie ben je echt?